Feeds:
Berichten
Reacties

Ik haat netjes opgevoede jongeren. Ik haat van die proper geklede tuttebellen met blauwe strakke broek en wit hemdje. Van die half intellectuele delletjes, vriendelijk lachend, met kanten kraagjes. Beleefd, een boek lezend met lange gekrulde lokken. Ik haat hun hoffelijkheid, hun witte tanden, hun fatsoenlijk gedrag.
Ik haat het wanneer ik toekom op perron 4 ze rechtstaan en vragen: ” Wilt u misschien zitten meneer? ”
“Zie ik er dan zo oud uit, del? Sta ik dan vol rimpels? Denk je dat ik zwanger ben misschien? En ondertussen wat schijnheilig lief naar me lachen. Kaal is niet het zelfde als oud, trut. En stram niet hetzelde als versleten. En buitenadem kan ook gewoon van het rennen zijn. Blijf toch gewoon zitten. Rotkind!

De heilige treiner

Mijn kuiten zijn vreselijk stram en mijn hoofd staat op hoofdpijn. Het mirakel van Antwerpen –Centraal laat diepe sporen na.
Mijn overgewicht zorgt elke dag voor vertraging op de rit naar Rotterdam. Ik wil het probleem dan ook grondig aanpakken en alleen stoppen met eten helpt niet. Er moet ook gesport worden. Bijvoorbeeld terwijl ik op mijn aansluiting wacht. Dagelijks kan ik 19 minuten met mijn armen staan zwaaien in Antwerpen –Centraal terwijl ik op de trein van 18u19 naar Aarschot wacht. Of traplopen.
Dat doe ik nu ook helemaal naar boven 58 treden en terug naar beneden, en terug naar boven 60 treden. Hé? En weer naar beneden 58 treden, tiens? Nog eens de trap op lopen, 61 treden , hoe kan dat nu? En 60 naar beneden.
Ik ben mijn tel weer kwijt, ik begrijp er niets van. Deze trap leeft. Daarnet was hij 58 treden hoog en nu al 61. Nog éénmaal 62. Fuck you trap.
Ik strompel naar perron 23. Volledig van slag. Ik kan niet meer tellen. Ik kan niet meer gaan. Ik ben alles kwijt behalve mijn kilo’s. Het gaat erg trap af met mij.
Kan er iemand mij zo snel mogelijk uit mijn lijden verlossen, gewoon even trapje tellen. Eenmaal maar. 62 treden. Op en af. Of is er toch een mirakel. In Antwerpen is toch echt alles mogelijk?

Help ! Dit was voor de grap!

Ik ren de trap af, in een ultieme poging om de trein alsnog te halen. Een verdomde collega houdt me nog snel even staande en legt de kraag van mijn jas goed. ‘Zo‘ zegt hij ‘Dat is beter’. Wat attent, en wat handig. Daar is niets verdomds aan. Daar wil ik mijn trein best voor missen.
‘Wil je niet met me trouwen?’ roep ik hem spurtend na.
Hopelijk ziet hij er de humor van in.

rimpelsex

Ik zet mijn lettergrootte op 5 en draai mijn scherm diagonaal naar het raam. Ik tik stiekem mijn blogje in. Bang voor meelezers. Het lijkt of ik nog steeds naar Sex and the City aan het kijken ben. Na Mad Men heb ik de dvd box Sex and the City geleend, season 1. Ik krijg net twee afleveringen gezien per traject. Lekker languit wegdoken bekijk ik de reeks. De trein lijkt wel naar New York te rijden. De aflevering begint met veel city maar het wordt alsmaar meer sex. Bij elke bedscene draai ik mijn scherm wat meer weg van de andere reizigers. Ik hang met mijn hoofd bijna door het raam. Tot het bloot voorbij is. Dan kruip ik weer recht en zet mijn film terug op volledig scherm.
De dame naast me probeert mee te gluren. Ze doet me denken aan mijn oma. Nepbontmantel, statig ,rimpelig en de handtas stevig op haar schoot. Een flinke zeventiger. Dallaskijker. Ik gun haar een blik op de reeks, het is een onschuldige scene in een bruine kroeg, geen centimeter bloot maar plots wel veel gore praatjes. Het gaat over fuck and blowjob and golden shower. En het staat allemaal in koeien van letters in de ondertitels te lezen op mijn scherm. Ik schrik me een bommahoedje als ik besef dat oma veel gepijp en vaginaal geweld meeleest. Ik sla rood uit, klap mijn scherm dicht en kruip diep in mijn hoekje onder mijn muts.
‘Jammer!’ zucht oma ‘Ik hou wel van vuile praatjes’

Voetnoot
’S avonds vertel ik hoe vervelend het wel is om naar Sex and the City in de trein te kijken.
‘Och’ troost mijn dochter me ‘Voor zo’n beetje bloot hoef je je toch niet meer te blozen de dag van vandaag. Maar dat jij op jouw leeftijd nog naar Sex and the City kijkt, in het openbaar, dat is pas beschamend. Vet fout!

Van correcties en prostaten

‘Meer kanker bij vroeg kale man’, titelt het NRC. ‘Vroeg kale mannen hebben een twee keer zo groot risico later in hun leven prostaatkanker te krijgen.’ Wat een kuttekrant, van de collega’s moet je het hebben. Ik gooi mijn krant door het raam van de trein, of tenminste toch ertegen. Wat een prettige terugreis. Wat een kankerstreek. Mijn kaarten zijn gelegd, mijn toekomst ligt vast. De strop hangt rond mijn klo… . Mijn droeve lot staat op pagina negen van het eerste katern.

Ik eis morgen een rechtzetting van de collega’s. Als ze nu gewoon even schrijven dat er een fout stond in de krant. Het volstaat in de rubriek correcties en aanvullingen even te vermelden dat een wetenschappelijk onderzoek eerdere vastellingen rond prostaatkanker weerlegt. Het hoeft maar twee zinnetjes lang te zijn. Een leugentje om bestwil. En dan hoef ik me nooit meer zorgen te maken.

Uitmuntend

De ochtendstond heeft Mentos in de mond. Antwerpen-Centraal geurt naar munt deze ochtend. Het is zalig kuieren in het station, uit alle richtingen waait je een heerlijke tandpasta geur tegemoed. Vier blonde engeltjes, het kunnen ook hostessen geweest zijn, in witte bontjassen delen aan alle reizigers een pakje Mentos uit. Twee suikervrije bonbons die dan ook nog eens goed zijn voor de keel.
Het station lijkt wel een Turks café waar mannen achter dampende muntthee kaarten alsof hun leven er van afhangt. Antwerpen-Centraal baadt in een zelfde muntwolk, maar dan zonder de kaarters, de theeglazen en de Turken.
Mijn ochtend kan niet meer stuk, en de trein komt bovendien op tijd. Blijgezind en hipperfris stap ik in. Een geur van valse gebitten en stinkende adems verpest mijn roes. Lieve Engeltjes kunnen jullie bij jullie volgende actie voortaan in Brussel ook muntbonbons aan de reizigers uitdelen?

Rode Kaken

Trots, wat ben ik trots. De krant ligt de hele rit nu al opengeslagen op pagina 57, rechter kolom. Voorbijgangers probeer ik achteloos de krant onder de neus te duwen. Telkens weer laat ik ze op de grond vallen.

Ik begrijp plots de ouders van topssporters. Ik voel me één met hen. Op pagina 39 in de zelfde krant staat een interview met Pierre Kompany, de vader van Vincent. Ze hadden net zo goed mij kunnen interviewen, volgende keer misschien.
Wij vaders van zonen. De mijne staat immers ook in de krant, voor het eerst. Het is nog niet echt eerste klasse voetbal, maar het is bij één van zijn eerste optredens al onmiddelijk krantennieuws. Terecht, pagina 57 met een vet kopje :

Rode Kaarten : … 76’ Herman (B)

Jammer van de schrijffout.