Meestal rijd ik s’ochtends ik naar het heldere Noorden, hard werken. S’avonds keer ik terug naar het frivole Zuiden, het land van zomaar. Maar deze week lijkt de trein wel westwaarts te rijden, de Far West, de zee in. Treinen is eensklaps gevaarlijk. Al de ganse week worden we gewaarschuwd voor zakkenrollers. Securitylui bewaken de perrons. Controleurs controleren. Ik ben extra alert als ik indommel. Ik droom van dieven en actiefilms. Ik voel plots een hand op mijn schouder en schrik op uit mijn moeizaam dutje. Meneer, zegt een politiemond onder een donkerblauwe pet, Meneer als u slaapt moet u uw arm rond je rugzak slaan, veels te gevaarlijk, hij is zo meegezakkenrold. Er zit niets van waarde in, pruttel ik tegen, al wat ik heb is mijn kussentje. En dat bewaak ik met mijn lijf en leden, zelfs als ik slaap. Dan steek ik het stiekem diep weg onder mijn hoofd. Niemand die het ongemerkt kan jatten.